Spaans leren: Omarm de diversiteit

Spaans leren: Omarm de diversiteit

In onze leesboekjes kun je woorden, zinnen en uitdrukkingen tegenkomen die niet in Spanje gebruikt worden, maar wel in Latijns-Amerika. In dit artikel lees je waarom wij ervoor kiezen om ook boekjes aan te bieden die in Latijns-Amerikaans geschreven zijn, en vind je een lijst met typisch Latijns-Amerikaanse taalkenmerken en hun Europees-Spaanse 'vertaling'.

In onze boekwinkel streven we niet alleen naar een grote variatie aan onderwerpe en niveau’s, maar ook naar een breed aanbod aan varianten van de Spaanse taal. Veel van onze boekjes zijn daarom geschreven in Spaans dat afwijkt van het Spaans uit Spanje, dat we in Nederland vaak leren. Wij willen hiermee recht doen aan de rijkdom van de Spaanse taal, en leerlingen en cursisten de kans bieden om kennis te maken met een bredere variatie aan taal en klank dan ze wellicht op school of op cursus krijgen.

 

De meningen over wat ‘correct’ Spaans is zijn verdeeld. Docenten Spaans in Nederland hebben vaak in Spanje hun taalvaardigheid opgedaan, of komen zelf uit Spanje, en sommigen beschouwen daardoor het Spaans uit Spanje als het enige goede Spaans. Maar de Spaanse taal wordt in veel landen in de wereld gesproken, en heeft overal eigen accenten, een iets ander woordgebruik of zelfs eigen woorden. Net zoals in Nederland in het Noorden ‘ontbijtkoek’ wordt gezegd en in het Zuiden ‘peperkoek’. Beide woorden zijn goed, maar hun gebruik is regionaal bepaald. Ik ben van mening dat je door het lezen van verschillende varianten een grotere lenigheid verkrijgt in het begrijpen van het Spaans, en een bredere kijk op de Spaanstalige wereld.

 

In plaats van variaties in de taal af te keuren, zou ik daarom willen voorstellen de diversiteit te omarmen en deze te beschouwen als verrijking van taal en cultuur. Kennis van het Latijns-Amerikaanse Spaans geeft je toegang tot enorm veel muziekteksten van beroemde Latijns-Amerikaanse artiesten zoals Juanes, Shakira, Celia Cruz, Mercedes Sosa, Gloria Estefan en vele andere. En vergeet de literatuur niet! Door thuis te raken in Latijns-Amerikaans Spaans worden boeken van Gabriel García Márquez, Isabel Allende, Pablo Neruda, Mario Vargas Llosa of Gabriela Mistral veel toegankelijker. 

 

Lijst met Latijns-Amerikaanse woorden

Hieronder vind je typische Latijns-Amerikaanse taalelementen die je kunt tegenkomen in de leesboekje, met de Europees-Spaanse tegenhangers. Veel van deze dingen zullen door jouw docent misschien als ‘fout’ worden bestempeld, maar ze zijn correct taalgebruik, alleen in andere landen.

 

  1. Vaak wordt er, afhankelijk van het land waar het verhaal zich afspeelt, 'carro' of ‘auto’ gezegd in plaats van 'coche'. Handig om te weten als je in Latijns-Amerika op reis bent en een auto wilt huren.

  2. Opvallend is dat er in Latijns-Amerika veel vaker gebruik gemaakt wordt van persoonlijke voornaamwoorden. Op les heb je waarschijnlijk geleerd dat je geen ‘ik’, ‘hij’ of ‘zij’ voor een werkwoord hoeft te zetten, omdat de vervoeging van het werkwoord al aangeeft over wie het gaat. In Latijns-Amerika kan het allebei, en dus zul je veel vaker ‘yo’, ‘él’, ‘ella’, enzovoorts tegenkomen.

  3. De ‘vosotros’-vorm wordt in geheel Latijns-Amerika niet gebruikt. Als je ‘jullie’ wilt zeggen, gebruik je daar 'ustedes'. Ook volwassenen die tegen een paar kinderen praten, zeggen ‘ustedes’. Voor een Spanjaard klinkt dat alsof ze ‘u’ zeggen tegen kinderen, maar in Latijns-Amerika is dat heel gewoon. Daar vinden ze ‘vosotros’ juist weer vreemd en een beetje bekakt.

  4. In plaats van ‘la madre’ en ‘el padre’ zeggen ze ‘la mamá’ en ‘el papá’. Een Spanjaard vindt dit kinderachtig klinken, alsof er gezegd wordt ‘de mama’ in plaats van ‘de moeder’.

  5. Voor gerechten zijn er natuurlijk per land andere namen, maar ook veelvoorkomende woorden als patat (‘papas fritas’ in plaats van ‘patatas fritas’) en sap (‘jugo de naranja’ in plaats van ‘zumo de naranja’) heten net een beetje anders.

  6. In bepaalde zinsstructuren ontbreken de ‘kleine woordjes’, zoals in ‘jugar fútbol’, wat in Latijns-Amerika correct Spaans is, maar in Spanje ‘jugar al fútbol’ moet zijn. Ook zeg je in Spanje ‘tiene el pelo rubio’, en kun je in Latijns-Amerika prima ‘tiene pelo rubio’ zeggen.
  7. Het licht aandoen of een apparaat aanzetten heet in Spanje 'encender', en in Latijns-Amerika 'prender'. Huiswerk heet in Spanje 'los deberes' en in Latijns-Amerika: 'la tarea'.

 

Laat je het me weten als je er nog meer tegenkomt? Dan voeg ik ze aan deze lijst toe!

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »