Reader's Theatre

Reader's Theatre

Vinden je leerlingen lezen maar saai? Merk je dat ze de boekjes niet goed begrijpen, en dat ze zich in hun hoofd geen voorstelling kunnen vormen van waar de tekst over gaat? Dan is Reader's Theatre de oplossing!

Ik vind Reader's Theatre een van de fijnste dingen om te doen met een leesboekje: een fragment uit de tekst laten uitbeelden door de leerlingen, bij voorkeur een fragment dat veel actie en/of dialoog bevat. Het is de ideale manier om de tekst tot leven te brengen, creativiteit in de les te brengen en de leerlingen echt te laten begrijpen/voelen waar de tekst over gaat. Als het lekker loopt, vergeten de leerlingen helemaal dat we met een tekst bezig zijn en raken ze in de ban van het toneelstuk. En vrijwel altijd leidt deze energieke activiteit tot een grotere motivatie om de rest van het boekje te lezen. Nu ze eenmaal 'voelen' en 'zien' waar het verhaal over gaat, willen ze ook echt weten hoe het verder gaat.

Wil je Reader's Theatre ook eens proberen? Hieronder vind je een stap-voor-stap handleiding!

 

 

Voorbereiding van Reader's Theatre

Reader's Theatre staat of valt met een goede voorbereiding. De keuze van het fragment is bijvoorbeeld essentieel, en ook het klaarleggen van props en kaartjes met dialoog, de keuze van de acteurs, enzovoort. 

 

 

Keuze van het fragment

Goede fragmenten voor Reader's Theatre bevatten:

- spannende of interessante actie

- emotie en/of beweging

- twee of meer personages

- dialoog (deze kun je eventueel zelf bedenken en hoeft dus niet persé in de tekst te staan)

 

 

Vocabulaire inoefenen

Gebruik TPR, TPRS, Movietalk of andere vormen van CI (comprehensible input = begrijpelijke input) om de belangrijkste woorden en zinnen meerdere malen te laten horen voordat je het fragment gaat lezen en het Reader's Theatre gaat voorbereiden.

 

Je leest eerst het hoofdstuk samen met de klas, waarbij je hen laat vertalen en daarnaast vragen stelt om zeker te weten dat ze begrijpen wat er staat. Zo weten ze de context van het fragment dat je wilt gaan uitbeelden. Eventueel kun je een kopie van het fragment uitdelen, zodat de leerlingen van de woorden die ze niet kennen de vertaling erbij kunnen schrijven. Als de rollen zijn verdeeld, kunnen ze bijvoorbeeld ook alvast 'hun' tekst markeren. Het is essentieel dat de leerlingen de tekst al helemaal snappen voordat ze hem gaan uitbeelden!

 

De uitvoering verloopt in drie fasen:

 

1. Eerst alleen oplezen uit boekje, met expressie.

2. Oplezen vanaf kaartjes, met expressie en actie.

3. Niet meer oplezen, echt acteren – met attributen.

4. (Je kunt ervoor kiezen om het hierna nog eens in groepjes te laten doen, alle groepjes tegelijk, ieder in een eigen hoek van het lokaal.)

 

De drie fasen worden hieronder uitgebreid toegelicht.

 

 

Hoe pak je het aan?

Eerste fase: alleen oplezen uit boekje, met expressie.

  1. Voor deze fase kies je de minder snelle leerlingen, die wat meer moeite hebben met verstaan en spreken. Verdeel de rollen uit het fragment onder deze leerlingen. Laat de leerlingen voor de klas komen, of, als je merkt dat dat nog te eng voor ze is, kunnen ze gewoon op hun plaats blijven.

  2. De leerlingen en de acteurs hebben het leesboekje voor zich en lezen mee.

  3. Jij bent de ‘verteller’. Dit betekent dat jij dingen voorleest als: "Berto zit in zijn kamer. Plotseling komt zijn vriend Kees binnen. Kees zegt: ...", waarna de leerling die Kees speelt, zijn tekst opleest.

  4. Stel regelmatig vragen over de betekenis van woorden en zinnen ("Wat betekent 'el viento'? Welk woord betekent 'vangen'?). Als blijkt dat sommige woorden nog niet genoeg bekend zijn, mag je ze gewoon op het bord schrijven met de vertaling erbij, zodat ze geen problemen blijven opleveren.

  5. De rest van de klas kan gewoon luisteren en kijken, maar ook kun je de niet-acteurs de rol van 'koor' laten spelen, en als groep de handelingen en dialogen laten becommentariëren door 'oh nee!', 'wat nu?' of dergelijke kreten te laten roepen - natuurlijk alleen op de momenten die jij aangeeft. Dit geeft veel dynamiek aan de scene in deze fase, die van zichzelf nog weinig dynamiek heeft.

  6. Coach de acteurs op hun uitvoering. Als ze nogal vlak voorlezen, laat het ze dan opnieuw doen met de passende emotie erbij. Doe voor hoe je het wilt hebben en laat ze het nog een keer zeggen, net zolang tot het naar je zin is. Laat ze flink overdrijven, met grote gebaren en beweging! LET OP! Als leerlingen niet uit hun woorden komen, laat ze er dan niet mee worstelen! Pas gewoon de playback-truc toe: jij gaat achter de acteur staan en leest zijn/haar tekst met veel emotie voor, de acteur hoeft alleen gebaren en beweging te doen, en natuurlijk zijn/haar mond mee te bewegen op de tekst. Succes gegarandeerd!

 

 

Fase twee: Oplezen vanaf kaartjes, met expressie en actie.

  1. Voor deze fase kies je iets snellere leerlingen, die redelijk veel verstaan maar nog niet met gemak kunnen spreken. Deze leerlingen komen voor de klas.

  2. De acteurs hebben 'hun' tekst op een kaartje staan, dus ze hebben niet de hele tekst meer in hun handen.

  3. Je kunt ervoor kiezen om een leerling die goed spreekt de verteller te laten zijn, zodat jij meer aandacht kunt besteden aan het coachen.

  4. Stel nog af en toe vragen over de betekenis van woorden, maar minder vaak dan in de eerste fase.
  5. Coach de acteurs om enthousiast en met overtuiging te acteren. Als ze niet energiek genoeg zijn, laat je het net zo vaak opnieuw doen tot het goed is. Doe het zelf voor zodat ze kunnen zien wat je bedoelt.

 

 

Fase 3: Een echte uitvoering, zonder oplezen

  1. Voor deze fase kies je de leerlingen die al met redelijk gemak kunnen spreken. Deze leerlingen komen voor de klas.

  2. Bepaal welke plekken in het lokaal de verschillende plaatsen uit het verhaal zijn. 'Het strand' is bijvoorbeeld bij de deur, 'het café' bij het bord en 'de camping' bij het raam. Zet daar eventueel voorwerpen/props neer die in het verhaal voorkomen.

  3. Een leerling die goed spreekt is de verteller, zodat jij alle aandacht kunt besteden aan het coachen.

  4. De acteurs krijgen props en verkleedkleren. Houd hen strak in de hand: ze mogen alleen iets doen nadat het is voorgelezen. De actie verplaatst zich nu echt van de ene locatie naar de andere. Ook hier geldt: ze mogen pas naar een andere locatie nadat de verteller dit heeft gezegd.

  5. Coach de acteurs ook nu weer om enthousiast en met overtuiging te acteren, zodat iedereen vergeet dat je met een tekst in een andere taal bezig bent!

 

Het doel van dit alles is: plezier hebben met de tekst, en een excuus hebben om dezelfde tekst steeds opnieuw te lezen. Houd de boel weliswaar strak in de hand, maar maak er ook een vrolijke bedoening van, dus lach als er iets misgaat en geef een groot applaus na iedere uitvoering.

 

Nog een laatste tip: om nog meer profijt te halen uit deze activiteit kun je een van je leerlingen foto's laten maken van het toneelstuk. Maak er een stripverhaal van om aan de muur te hangen of uit te delen en te bespreken, zodat je nog een keer dezelfde zinnen en structuren kunt herhalen.

 

Probeer het eens uit! Ik weet zeker dat het niet bij een enkele keer zal blijven :-)

 

Kijk voor meer inspiratie op de blog van Karen Rowan, waar ze beschrijft hoe zij zelf reader's theatre aanpakt.

Op YouTube vind je een voorbeeld van haar les, en ook een video van Jason Fritze over Reader's Theatre.

 

En laat me weten hoe deze geweldige werkvorm in jouw les is verlopen!

 

 

 

 

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »